Expert interview, Onderzoek Geluk & Gezondheid

Pim interviewt: Frank Suurenbroek | Neuroarchitectuur

“In mijn onderzoek naar Geluk en Gezondheid in de gebouwde omgeving interview ik inspirerende experts aan de randjes van ons vakgebied. Deze keer spreek ik Frank Suurenbroek: over het ontwikkelen van tools om de (ook onbewuste) beleving van gebruikers mee te nemen in het ontwerp van steden.”

Frank Suurenbroek is lector Bouwtransformatie aan de faculteit techniek van de HvA (Hogeschool van Amsterdam). Hier onderzoekt hij architectuur en stedenbouw onder meer vanuit het nieuwe veld van de neuroarchitectuur. Wij hebben elkaar onder meer leren kennen via zijn nieuwe onderzoek ‘Building for well-being’ waar wij aan mee gaan werken. Alle reden om met hem te interviewen over zijn boeiende vakgebied.

Via fysieke ingrepen sociale resultaten bereiken

Ik vraag Frank wat zijn reis was om bij neuroarchitectuur uit te komen. Frank: “Ik ben na mijn studie over Stadsgeschiedenis aan de VU (Vrije Universiteit Amsterdam), planologie aan de UVA (Universiteit van Amsterdam) en promotieonderzoek over de stadsrand als senior-adviseur aan de slag gegaan bij de Architekten Cie en later bij Inbo. Hierbij kwam regelmatig de vraag naar voren ‘Hoe kun je via fysieke ingrepen ook sociale resultaten boeken?’. Ik ben in 2014 benoemd tot lector aan de HvA. Het aantrekkelijke daarvan is dat je vanuit praktijkgericht onderzoek verschillende disciplines kunt combineren om naar de huidige vraagstukken te kijken, want juist daar zit vaak de vernieuwing.”

Dat herken ik: het is voor mij de reden om deze interviewreeks te doen met mensen aan de randjes van mijn vakgebied: hun kennis kan tot echt nieuwe inzichten leiden.

"Het aantrekkelijke van een lectoraat bij de HvA was voor mij het vanuit verschillende disciplines naar je vraagstukken kunnen kijken, want juist daar zit vaak de vernieuwing."

FRANK SUURENBROEK | ONDERZOEKER NEUROARCHITECTUUR

Gezonde verdichting van steden

Frank: “Sinds 2015 kwam de bouw weer op gang, met een sterke focus op bouwen in hoge dichtheden en met hoogbouw. Met als resultaat: veel mensen die dicht op elkaar gaan wonen, vaak in kleinere woningen. De vraag die mij fascineerde: Hoe vorm je dan prettige steden? Uit onderzoek bleek dat de gedeelde publieke en semi-publieke ruimte hierbij steeds belangrijker wordt. De ruimte die als een contramal nodig is voor die vergaande verdichting.”

Het bekijken hoe je sterk verdichtende steden leefbaar houdt, is ook voor mij een van de belangrijke vraagstukken van dit moment: Hoe kun je die noodzakelijke verdichting zo realiseren, dat de stad niet alleen kwantitatief verbeterd, maar ook kwalitatief goed blijft, waarbij het geluk en de gezondheid van de bewoners gewaarborgd blijft?

Frank geeft aan dat volgens hem de middelen die gebruikt worden bij deze stedelijke verdichting nog vaak afgeleid zijn van de klassieke stedenbouwkundige middelen. Frank: “Het is de vraag of die ontwerpoplossingen ook goede omgevingen creëren in de sterk verdichte steden. Moet er niet veel meer nadruk gelegd worden op de kwaliteit van het collectieve gebied?”

"Uit onderzoek blijkt dat de gedeelde publieke en semi-publieke ruimte steeds belangrijker wordt om prettige steden te vormen: de ruimte die als een contramal nodig is voor de vergaande verdichting."

FRANK SUURENBROEK | ONDERZOEKER NEUROARCHITECTUUR

Neuroarchitectuur als ontwerptool

Frank: “In ons onderzoek zoeken we naar nieuwe middelen die kunnen helpen om de collectiviteit vorm te geven. De wetenschap biedt inspiratie. Zo ontmoette ik op een congres in Barcelona iemand van Harvard die over neuro-architectuur vertelde: het onderzoeken van de perceptie van ruimtes door mensen met behulp van kennis en technologie uit de neuroscience. Hierbij kan ook onbewuste waardering gemeten worden.”

Dit klinkt ongeveer als de visie en aanpak van het vakgebied ‘Omgevingspsychologie’ waarover ik onlangs een masterclass volgde. Ik ben benieuwd wat het verschil is.

Frank: “Volgens mij gaat het in omgevingspsychologie vooral om generaliseerbare kennis over de gebouwde omgeving, dus hoe je vanuit een specifieke case (een gebouw of een stadsdeel) algemene kennis over de impact van gebouwde omgeving op mensen kunt vertalen naar een algemene aanpak. In de neuroarchitectuur zoeken we meer het specifieke van oplossingen en proberen daar, via ‘evidence based design’, een actieve ontwerp tool voor te creëren. Wij noemen dit ook wel ‘intermediate knowledge’; vanuit empirie kennis opbouwen via een iteratief proces. Een beetje tussen theorie en praktijk in eigenlijk. Met een focus op toepassingen in die praktijk.”

Dat vind ik een interessante benadering van Frank. Ik ben benieuwd hoe hij de theorie, toegepast onderzoek en evidence based design combineert en hiermee toewerkt naar praktische toepassingen.

"Met de huidige verdichting moet de vormgeving van de fysieke ruimte de sociale stad versterken. De gedeelde publieke ruimtes in een stad zijn daarmee van essentieel belang voor de kwaliteit van de stad van nu en straks."

FRANK SUURENBROEK | ONDERZOEKER NEURO-ARCHITECTUUR

Evidence based design

Frank stelt dat zeker met de huidige verdichting de vormgeving van de fysieke ruimte de sociale stad moet versterken. De gedeelde publieke ruimtes in een stad zijn daarmee van essentieel belang voor de kwaliteit van de stad van nu en straks. Ik vraag Frank wat zijn visie is op collectiviteit: is dat iets lokaals, zoals een plein of een gedeelde plint? Of is het iets dat meer integraal onderdeel van het hele gebouw moet zijn? Moet er een aderstelsel voor ontmoetingen zijn in een gebouw, zoals bijvoorbeeld in ons woonconcept Samen Zelfstandig (dat we ontwikkelden voor Syntrus Achmea) met collectiviteit per kleine eenheid – een buurtje van 30-40 woningen – en daarnaast collectiviteit voor het gebouw als geheel? Ik geloof dat dat verschillende soorten van collectiviteit zijn, en beide nodig. Hoe toets je dan met neuro-architectuur hoe de verdichte stad wordt gewaardeerd door haar gebruikers?

Frank: “Om met de vormgeving van de streetscape in de nieuwe situaties van hoge dichtheden toch een menselijke maat te creëren, zijn zowel het nabije – de plint, de deuren, de balkons – als de verte – de leesbaarheid of mysterieuze van het perspectief van belang.”

Weer een mooie parallel met omgevingspsychologie, waar ook gezocht wordt naar de balans tussen het veilige, vertrouwde en het uitdagende, onbekende. Met de juiste mix daarvan voelen mensen zich prettig.

Onderzoeken naar verdichting en hoogbouw

Frank en zijn team verrichtten twee jaar onderzoek hiernaar in het project Sensing Streetscapes. Hierin werd met behulp van neuro-architectuur, AI en klassiek ontwerpend onderzoek verkend wat een menselijke maat maakt. Daarnaast zijn een reeks interviews gehouden met ontwerpbureaus, stedenbouwers, de voormalige rijksadviseur en mondiale academische pioniers van de neuroarchitectuur. Hierin stonden vragen als ‘How can we design streetscapes on a human scale in high-density environments for the promotion of human well-being? And how can the new hybrid field of neuroarchitecture contribute to this global challenge?’ centraal. Een erg interessant onderwerp. Ik ga zeker het bijbehorende boekje met resultaten lezen. Momenteel start een tweede onderzoek, ‘Building voor wellbeing’, waarbij wordt onderzocht hoe mensen hoogbouw beleven. Leuk is dat wij als bureau aan dit onderzoek gaan meewerken. We zijn benieuwd wat wij daar weer van kunnen leren.

 

Ik ben benieuwd welke tools gebruikt worden om het welzijn van mensen goed te kunnen beoordelen. Frank: “We maken onder meer gebruik van een eye tracker die 30 oogbewegingen per seconde vastlegt.  Deze wordt toegepast in een gecontroleerde omgeving om met weinig variabelen metingen te kunnen doen. Mijn onderzoeksteam heeft methodes ontwikkeld om deze grote hoeveelheid beelden goed vergelijkbaar te maken en aan proefpersonen voor te leggen. Ook gebruiken we een mobiele eye tracker voor metingen in de buitenlucht. Hierbij wordt het aantal variabelen wel heel groot. Door deze eye tracker te combineren met een GSR (Galvanic Skin Response: een methode om via de elektrische geleiding van de huid emoties te meten) en interviewvragen wordt de invloed van de omgeving zichtbaar.”

Tools om wellbeing te meten

Frank legt uit dat, naast deze oog- en huidmetingen, er ook gewerkt wordt met simulaties van ruimtelijke omgevingen. “Deze simulaties van gebouwen en omgevingen kunnen worden getoetst op wellbeing met een VR bril. Nadeel van VR is dat veel mensen deze manier van ervaren nog wat ongemakkelijk vinden. Kijken in VR is nog geen gemeengoed.” Ook vertelt hij over een andere mogelijkheid, de ‘Immersive Room’. Dit is een geconditioneerde ruimte waarin ruimtelijke situaties nagebootst worden. Groot voordeel hierbij is dat er gevarieerd kan worden met het aantal variabelen.

"Een belangrijke doelstelling van ons onderzoeksteam is het ontwikkelen van tools om de input van de beleving van gebruikers - ook hun onbewuste - mee te nemen in het ontwerpen van steden. En zo te helpen de verdichting van onze steden op een kwalitatief goede manier te gaan realiseren."

FRANK SUURENBROEK | ONDERZOEKER NEUROARCHITECTUUR

Frank: “Het mooie van deze observaties, analyses en technologie is dat ze als een actieve ontwerptool ingezet kunnen worden. Dat is ook een belangrijke doelstelling van ons; middelen ontwikkelen om de input van de beleving van gebruikers, ook hun onbewuste, mee te nemen in het ontwerpen van steden. En zo te helpen de verdichting van onze steden op een kwalitatief goede manier te gaan realiseren. Evidence based design; een mooie stap naar betere, collectieve stedelijke omgevingen.”

Ik ben zeer geboeid door de doelstelling en methodes van Frank. Ik realiseer me dat we maar een heel klein tipje van zijn sluier hebben kunnen oplichten in dit gesprek, maar dat tipje is al heel boeiend.