Blog Pim: 4 Interessante inzichten in bouwen voor Geluk en Gezondheid

We zijn als Juli al een tijd druk bezig met de thema’s Geluk en Gezondheid in gebouwen. Dat voelt voor mij heel natuurlijk, maar toen we in juli ons Juli Lustrumfeest vierden en aandacht besteedden aan deze thema’s, vroeg ik me af hoe we hier naartoe zijn gegroeid. “Hoe zijn deze twee thema’s zo boven komen drijven? Is er een rode draad te ontdekken in de passies, de fascinaties waarmee ik naar mijn werk kijk, mijn werk doe, en in de projecten die ik realiseer? En wat betekent dit voor de toekomstrichting van Juli?” Ik ontdekte interessante Lessons Learned, die ik het delen waard vind.

Het begin van de rode draad

Het begon eigenlijk allemaal in 2005 met het LOC in Hardenberg. Een heerlijk, grootschalig project met veel verschillende soorten gebruikers, waaronder:

  • 4 middelbare scholen
  • een grote bibliotheek
  • een muziekschool
  • een arbeidsbureau
  • een creatief centrum

Deze werden door de politiek verplicht naar de nieuwe locatie te verhuizen, maar wilden dat eigenlijk niet.

Ik begreep al snel dat een mooi ontwerp niet het eerste antwoord moest zijn. Niet zenden, maar eerst maar eens ontvangen, luisteren, begrijpen. Verbinden en verbeelden. Samen met hen een ‘gebruiksmachine’ beschrijven. En zo kwam ik erachter dat juist in de oprechte, onbevooroordeelde studie van de wensen van gebruikers de enorme kans ligt om echt relevante gebouwen te maken.

Inzicht #1: Gebruikerswensen veranderen, dus een gebouw moet veranderbaar zijn

(gedestilleerd uit project LOC Hardenberg)

In co-design-achtige sessies – die open en interactief waren – brachten we die gebruikswensen naar boven en ontdekten we de samenhang daartussen. Samenwerking, integratie en dubbelgebruik waren de mooie uitkomsten. Daardoor kon het gebouw bovendien zo’n 20% kleiner worden. Dat was een onverwachte winst; dezelfde functionaliteiten, maar in een kleiner gebouw.

Wat je dan ook leert, is dat de wensen in de loop van de tijd kunnen veranderen, en dat het gebouw dus ook veranderbaar moet zijn. Dus maakten we van het LOC een slimme, intelligente structuur voor complexiteit en verandering. Wat eigenlijk helemaal niet zo ingewikkeld is, als je er maar tijdig over nadenkt.

Co-design, gebruiksmachine, intelligente structuren: ik ervoer de waarde ervan voor gebruikers en gebouw, vond het zelf zeer boeiend en wilde daar meer van. Dat was een van de redenen om te stoppen bij Mei Architecten en Stedenbouwers, mijn bedrijf dat zo groot was dat het veel van mijn tijd opslokte aan managementtaken. Ik wilde weer kleiner, meer product, meer inhoud: Juli dus.

Inzicht #2: Denk niet in oplossingen, maar in scenario’s en opties

(gedestilleerd uit project Sluisbuurt – Watertorenberaad Amsterdam)

Al deze lessen uit het LOC-project hadden een theoretisch kader nodig vond ik. En het deelnemen aan het Watertorenberaad met hun studie naar de Sluisbuurt in Amsterdam gaven mij daarvoor een prachtige aanleiding. De setting: economische crisis, dus geen geld voor grootschalig ontwikkelen, maar behoefte aan slim ontwikkelen, rekening houdend met voortdurend veranderende (financiële) omstandigheden. En niet bouwen om het bouwen, maar het juíste bouwen.

Het nadenken in een team met collega’s, ontwikkelaars, bouwers en de gemeente Amsterdam bracht de volgende mooie inzichten (ook te lezen in het boek ‘Bouw je eigen buurt’):

  • Organisch ontwikkelen is een sterk alternatief voor blauwdruk-ontwikkelen. Zie en benut veranderingen van invloedsfactoren – die er altijd zijn – als kansen, en niet als bedreiging. Daar bedachten we tools voor.
  • Coöperatief ontwikkelen, bottum-up eigenlijk, werkt beter dan de klassieke top down. Want het werken vanuit gedeeld belang brengt projecten verder dan wanneer de betrokken partijen werken vanuit eigenbelang. We onderzochten hoe je dat organiseert.
  • Gesprekspartners van buiten de bouw geven inzicht in maatschappelijke geldstromen. En vanuit die informatie gebieden ontwikkelen en gebouwen ontwerpen, levert gebouwen op die echt van meerwaade zijn. Dus: Niet ontwikkelen omdat het kán / er een locatie is / er geld beschikbaar is. Maar: omdat het nódig is / er aanleiding toe is vanuit de maatschappij, en ontwerpen wát er nodig is.
  • Krediet-unies (kleinschalige financiële coöperaties) kijken veel gerichter en minder risico-avers naar investeringen in gebiedsontwikkelingen dan klassieke financiers. Hierdoor zijn er veel meer initiatieven financierbaar, en daarmee haalbaar.
  • Misschien wel de belangrijkste les voor mij was: het denken in scenario’s is veel krachtiger en interessanter dan het denken in oplossingen: Herken maatschappelijke krachten -> creëer opties -> formuleer hiermee scenario’s. Zo simpel, zo krachtig. De omstandigheden kunnen wisselen, maar op deze manier blijf je bij waar het om gaat: Echt relevante plannen ontwikkelen; met juiste en goede gebouwen.

Dat visualiseerden we in een zo’n helder ‘Why-How-What’-schema:

  • beginnend met de vraag “Waarom willen we hier bouwen? Wat zijn de hogere doelen die we willen bereiken?”
  • gevolgd door “Hoe willen we die doelen en waarden bereiken?”
  • en pas daarna “Wat betekent dit concreet? Wat gaan we dus maken?”

Inzicht #3: “Shoot for the moon…”

(gedestilleerd uit project Heeren van Maerlant – Brielle)

Ik wilde al die LOC-inzichten en Sluisbuurt-theorieën toepassen. Ik kreeg een uitgelezen mogelijkheid: De uitnodiging van het College van Burgemeester en Wethouders van Brielle in 2013 om mee te doen aan een prijsvraag voor gebiedsontwikkeling in het historische centrum van Brielle – in de rol van ontwikkelaar. En wie beter als partner dan Blauwhoed, een van de deelnemers aan het Watertorenberaad, met wie ik de theorieën had ontwikkeld.

Zo gezegd zo gedaan. Samen beschreven we een Plan van Aanpak voor de gemeente; inclusief een coöperatief ontwikkelmodel, co-design, krediet-unies, scenario’s ipv oplossingen. En we wonnen de prijsvraag.

Het heeft een prachtig plan opgeleverd, en we realiseerden veel goede dingen, die er zonder ons innovatieve Plan van Aanpak niet zouden zijn gekomen:

  • Een integratie van geschiedenis, nieuwbouw en kunst in de twee deelplannen.
  • De succesvolle herontwikkeling van de oude ambachtsschool
  • Een fors plan in de historische binnenstad dat, mede door co-design, zonder enig bezwaar is gerealiseerd.
  • Een unieke buitenruimte waar historische resten en dagelijks gebruik geïntegreerd zijn.
  • Details in gevels en balkonhekken, die trots op de stad versterken
  • Royaal groen en de auto te gast

Maar we leerden ook hoe makkelijk goede ideeën die in eerste instantie omhelsd worden, vaak toch sneuvelen. Coöperatief werken, krediet-unies, scenario’s; in het uitwerken stuitten we toch op zoveel oude patronen en weerstanden tegen het anders werken, dat deze innovatieve aanpakken niet werden toegepast. Misschien is dit gewoon hoe het gaat met ambitie; je reikt heel ver, maar (nog) niet alles lukt. Zoals Les Brown zei:

“Shoot for the moon. Even if you miss, you will be among the stars”

Inzicht #4: Een gebouw is pas echt relevant, als het bijdraagt aan gebruikersgeluk

Eigenlijk draaide het in al die plannen om geluk: Geluk voor bewoners en gebruikers. Geluk door:

  • gebruikers invloed te geven in de planvorming (bv betrokkenheid bij creatie & beheer, invloed op veranderbaarheid en betaalbaarheid),
  • verbondenheid te bevorderen (oa door collectieve plekken te maken, gemeenschapsgevoel en samenwerking te bevorderen, gevoel van trots te geven)
  • gezonde gebouwen te ontwikkelen (bv natuurinclusief, gezond binnenklimaat, bewegen bevorderen).

Of het nu gaat om een gebouw zoals het LOC of Brielle, of een proces zoals bij de Sluisbuurt, geluk voor de bewoners en gebruikers stond iedere keer centraal.

En het draaide in al die plannen om leren van de projecten: hoe het ontwerp-, ontwikkel- en bouwproces steeds meer te verbeteren, zodat dit thema Geluk – waar het belang van wordt ingezien, en dat omarmd wordt, maar in de uitvoering nogal eens sneuvelt – steeds meer voet aan de grond krijgt.

Geluk als missie. Stap 1: kennis uitbreiden, interviews houden en geluks-PvE opstellen

En die kennis willen we nu nog verder uitdiepen. Actief gaan toepassen. Ik ga daarvoor een reeks interviews houden met mensen van binnen, aan de randen en van buiten ons vakgebied. Om van hen te leren over geluk en de gebouwde omgeving. Kennis opdoen op plekken waar we normaal niet kijken in de bouw. Met hen te spreken over middelen hoe dat geluk nog verder te realiseren in onze plannen. Het eerste interview – met Fred Schoorl, directeur BNA en bedenker van de term ‘Gebouwd Geluk’ – verschijnt binnenkort bij mijn blogs.

En ik ga samenwerkingen opzoeken met partners waarmee we dit onderwerp concreet kunnen gaan toepassen. Met hen kijken hoe we geluk kunnen combineren met gezonde business cases. Om te beginnen ga ik samen met Syntrus Achmea een Geluks-Programma van Eisen opstellen voor ons gezamenlijke plan in Delft.

Kortom, we gaan er echt mee aan de slag. Ik hou jullie op de hoogte!